De verwijsindex in de praktijk

2 december 2021

Het rapport van DSP geeft getalsmatig aan wat de meerwaarde is, wij geven graag een aantal professionals uit de praktijk het woord over de toegevoegde waarde van de verwijsindex.

Professional Openbare Geestelijke Gezondheidszorg van de GGD

Een alleenstaande moeder van 2 jonge kinderen (4 en 5 jaar) werd door de woningcoöperatie aangemeld bij de GGD i.v.m. een dreigende huisuitzetting. Er was een vonnis aanwezig en de huisuitzetting stond gepland voor over twee weken. De woningcorporatie was bereid de huisuitzetting op te schorten mits er een goed plan van aanpak werd gemaakt.

De GGD OGGZ kreeg moeder op de intake. Moeder was erg overstuur, gaf aan dat zij heeft geprobeerd om te gaan met haar problemen door alles weg te stoppen. Moeder was belast met een jeugd vol mishandeling en misbruik. Op jonge leeftijd is zij zwanger geraakt, toenmalige partner is vader van beide kinderen en niet meer in beeld. Hij heeft de kinderen niet erkend.

Moeder heeft een baan gehad bij de supermarkt, maar het lukte haar niet om dit goed te combineren met de zorg voor de kinderen, het huishouden en andere praktische zaken. Moeder heeft een beperkt netwerk. Uiteindelijk is moeder gestopt met werken, het aanvragen van een uitkering na haar WW-uitkering lukte haar niet goed. Ze had al maanden een onvoldoende inkomen. Moeder stopte de ongeopende post in een doos in de schuur. Het bezoek van de deurwaarder kwam voor haar als een verassing.

Moeder gaf aan dat ze door de bomen het bos niet meer zag, niet meer wist wat ze moest doen, welke stappen ze moest nemen. Ze was, doordat de schulden aan het toenemen waren, boodschappen aan het doen van de huur en zorg toeslag.

Moeder gaf aan, dat voor haar oudste kind hulp ingezet zou gaan worden omdat het op school niet goed gaat, hij zou iets van een ontwikkelingsachterstand hebben. Moeder gaf aan dat ze weinig van het gesprek met school en de schoolarts heeft onthouden. Er is wel iemand bij hen langs geweest 3 weken geleden. Maar ze weet niet wie dat was, of van welke organisatie. Het kaartje is ze kwijt. 

De GGD OGGZ medewerker legt de werking van de verwijsindex uit. De OGGZ signaleert standaard bij een dreigende huisuitzetting. Moeder geeft aan dat ze het fijn vindt als de medewerker dat gaat doen, ze weet zelf ook niet goed meer wie nu wel of niet betrokken zijn.

De medewerker signaleert in de verwijsindex en ziet dat daar de school, de GGD JGZ en organisaties voor opvoedondersteuning in staan. Met toestemming van moeder neemt zij contact op met alle partijen en organiseert een overleg met moeder daarbij. Uiteraard wordt hierin informatie proportioneel gedeeld. Er wordt een plan van aanpak gemaakt, de opvoedondersteuner is bereid met moeder een begin te maken tot openen en ordenen van de post en mee te gaan naar een afspraak bij de gemeente voor het aanvragen van een inkomen.

Het wijkteam, de POH GGZ en de financiële hulpverlener worden ingezet om een duurzame oplossing te garanderen. Daarna kan de opvoedondersteuner weer de doelen oppakken rondom de opvoedondersteuning. School geeft aan dat zij nu de situatie beter begrijpen er meer rekening mee zullen houden en moeder tegemoet zullen komen qua schoolkosten. De woningcorporatie is tevreden met het resultaat en vernietigd de huisuitzetting.

Deze casus is een voorbeeld van verwaarlozing doordat moeder de problemen niet meer aankon. Het was bijvoorbeeld een enorme troep in huis, er was bijvoorbeeld ook geen eettafel waardoor de kinderen nooit aan tafel aten, ook sliepen de kinderen op matrassen op de grond. Moeder kon ook geen grenzen stellen, kinderen gingen veel te laat naar bed, aten ongezond, ze bleef speelgoed kopen doordat ze zich schuldig voelde. Dat zijn zaken die het wijkteam met de opvoed ondersteuner (lDH) aan heeft gepakt. Moeder had uiteindelijk zelfs weer aan baan voor drie dagen bij de AH (na inzet arbeidsintegratie) en de kinderen gingen naar de BSO, en de schoolresultaten vlogen omhoog door de rust, duidelijkheid e.d. Ook ging moeder meer sociale contacten aan met een aantal buurvrouwen, doordat ze meer rust ervaarde en zich niet meer schaamde voor haar situatie. Ook heeft ze een bewindvoerder gekregen die aan de slag ging met de schulden.

Professional Inter-eos

“De verwijsindex levert me op dat ik sneller met de juiste persoon kan afstemmen omtrent de samenwerking. Met als voornaamste doel om de behandeling meer te kunnen laten integreren met de thuissituatie”.

Professional gemeente Hoorn, maatschappelijke ondersteuning

“Ik heb recent 2 casussen gehad waarbij de ouders voor de ogen van een kind een suïcidepoging gedaan hebben. Vervolgens is er op allerlei fronten geen samenwerking mogelijk met de GGZ die betrokken is bij deze ouders.

Schandalig en zeer schadelijk voor deze kinderen. Het betreft bij alle 2 de casussen een herhaaldelijke poging waarvan de GGZ op de hoogte was en nog geen hulp of aandacht voor de kinderen. De volwassen GGZ lijkt nog steeds ergens op een eiland te werken. Er lijkt onvoldoende besef dat hun cliënten ook kinderen hebben die vaak (niet altijd) ook zorg en aandacht nodig hebben. Mijn mening is dat de GGZ af moet van het cliëntgericht werken, maar dat zij veel meer oog en aandacht moeten hebben voor het systeem, het gaat tenslotte ook om de veiligheid van de kinderen!”

Politie (pilot)

“We hebben het afgelopen jaar met ongeveer 50 professionals op vier verschillende plekken met MULTIsignaal gewerkt. Dat zou dus een goed beeld moeten geven van alle kansen en mogelijkheden. Onze cijfers laten een daling zien van meldingen bij Veilig Thuis. Er is iets aan het veranderen. Naast de politie zijn onder meer Veilig Thuis, de Blijf Groep, de Ouder- en Kind Teams en uiteenlopende specialisten op gebied van huiselijk geweld aangesloten. Dat is voor ons van grote meerwaarde. We weten elkaar nu veel sneller en beter te vinden. We zullen het systeem nog meer in onze reguliere werkprocessen gaan inbedden. Op iets langere termijn kunnen we echt iets zeggen over de meerwaarde van MULTIsignaal voor ons politiewerk, de ervaringen tot nu toe zijn beslist positief.”

Leerplichtambtenaar gemeente Den Helder

“Ik ben werkzaam als leerplichtambtenaar. Bij vrijwel elk schoolverzuim is er een achterliggend probleem waardoor het verzuim ontstaat. Wanneer wij weten dat er hulpverlening betrokken is, zullen wij in eerste instantie overwegen of het noodzakelijk is om een MDO te organiseren of dat wij de leerling + ouder apart spreken. Daardoor is het van belang dat wij van tevoren weten wie er betrokken is, zodat wij een effectief gesprek kunnen vormgeven en er geen vertraging in zit omdat wij na een eerste gesprek een vervolggesprek moeten plannen omdat we dan pas op de hoogte zijn dat er hulpverleners betrokken zijn. Hierdoor kan het verzuim blijven, omdat er bij een 2e gesprek concrete afspraken gemaakt kan worden.

Maar ook de route die gekozen wordt (handhaven of ruimte geven voor hulpverlening) kan alleen gedegen gemaakt worden als er met alle partijen gesproken is. Hierdoor is het nodig om via de verwijsindex te weten te komen welke hulpverlening betrokken is/ is geweest, zodat wij een gedegen afweging kunnen maken rondom het proces dat wij gaan inzetten. Dit voorkomt in vele gevallen een hoop wachttijd, een juiste aanpak en wellicht in sommige casussen een beter passend proces”.

Jeugdverpleegkundige JGZ

Regelmatig loop ik in mijn werk als jeugdverpleegkundige aan tegen casussen waarbij diverse professionals betrokken zijn en dit niet van elkaar weten of niet in contact zijn met elkaar. Het bij elkaar leggen van de verschillende puzzelstukjes zou direct een ander beeld geven van de situatie voor een aantal betrokken professionals en ook andere acties tot gevolg hebben omdat de ernst van de situatie bijvoorbeeld niet duidelijk is. Of het zorgt ervoor dat er professionals uit het gezin kunnen gaan omdat er allemaal dubbel werk verricht wordt.

Zo een vader die samen met zijn zoon bij mij op het onderzoek was. Hij was vader van 2 kinderen (beiden nog op de basisschool) en zijn vrouw was chronisch ziek. Hij had zijn werk opgegeven om voor haar te zorgen. Vader gaf aan dat al diverse professionals bij het gezin betrokken waren zoals huisarts, thuishulp, vrijwilligersorganisatie die hielp met de financiën, psychische zorg voor zijn zoon. Daarnaast had zijn zoon flink overgewicht en was aandacht daarvoor ook van belang.

Met vader afgesproken dat ik de verwijsindex zou inzetten om de zorg op elkaar afgestemd te houden en contact met hem zou houden hoe het gaat. Ook met toestemming van vader met school afgestemd en contact gezocht met de psychisch hulpverlener van zoon om het probleem van overgewicht in samenhang met de psychische nood van zoon aan te kaarten. Natuurlijk spreek ik ook af contact te houden met vader.

Ik bereik vader echter vervolgens niet meer. Via school ontvang ik zorgelijke berichten dat de kinderen bij oma wonen en vader verslaafd is. School kan vervolgens ook geen contact meer krijgen. De zorg die in gang is gezet, krijg ik ook geen contact mee. Dan krijg ik via de verwijsindex een match met Veilig Thuis. Vader kan ik helaas nog steeds niet bereiken en dus niet informeren. Gebeld met Veilig Thuis omdat ik me ongerust maak. Gelukkig hebben zij het gezin in beeld en zorg verder opgezet. Maar vader had mij niet aangegeven als zorgverlener waardoor zij mij niet als een betrokkene hebben gezien. Ook school was niet benaderd. Wel was ik belangrijk in het puzzelstukje wat ik kon geven m.b.t. de zorg van school en mijn zorg.

In deze casus zie je hoe belangrijk het is om met elkaar af te stemmen, ook in een vroeg stadium. Als betrokken professionals konden we elkaar onvoldoende vinden. Bij gebruik van de verwijsindex hadden we eerder met elkaar in contact gestaan en zorg beter op elkaar kunnen afstemmen. Mogelijk hadden de zorgen dan ook niet zover hoeven te komen dat melding bij Veilig Thuis nodig was.

Professional regio Utrecht

Als begeleider van ouders in een complexe scheiding kwam ik er via de verwijsindex achter dat een moeder met haar zoontje al een aantal keren verhuisd was naar steeds verschillende regio’s en dat in elke regio wel een aantal professionals een signaal hadden afgegeven. Door de samenwerking en de afstemming met deze professionals te zoeken, uiteraard met toestemming van ouders, kreeg ik heel snel een beeld van wat er allemaal al gebeurd was en konden we veel sneller to the point komen van wat er echt nodig was en hoefde ik niet weer het wiel opnieuw uit te vinden.

Jeugdarts GGD Amsterdam

“De meerwaarde wordt vooral zichtbaar door concrete voorbeelden! Nog niet zo lang geleden registreerde ik een kind uit een gezin. Ik kreeg een match met een hulpverlener van een ander gezinslid. Door even met deze collega te bellen, kwam ik erachter dat er meer kinderen deel uitmaakten van het gezin dan we in beeld hadden. Er bleken nog enkele halfbroers en – zussen te zijn. Doordat ik daar via het systeem achter kwam, heb ik voor deze kinderen ook iets kunnen betekenen. Dat is belangrijk. Informatie van andere hulpverleners levert vaak dit soort meerwaarde op. Een telefoontje. Even contact met elkaar. Elkaar informeren over hoe je het kunt aanpakken. Elkaar weten te vinden. Het levert meer dan eens belangrijke informatie op die ik nog niet wist.”

Jeugd- en Gezinswerker

Door de verwijsindex kwam ik erachter dat ook een organisatie voor verslavingszorg betrokken was, waardoor ik het gesprek hierover met de vader aan kon gaan en ook gerust was dat er aandacht was voor de problematiek van de vader. Zo kon ik me echt op de opvoedvragen richten.