Aanpak handelingsverlegenheid

6 oktober 2015

Bij multiproblematiek is samenwerking noodzakelijk. Toch blijkt uit de evaluatie van de Verwijsindex[1] dat handelingsverlegenheid er in grote mate voor zorgt dat er onvoldoende tijdig gebruik gemaakt wordt van de Verwijsindex.

Pile of hands of friends

Enerzijds heeft dat te maken met onzekerheid of de reden van signaleren voldoende in lijn is met de landelijke signaleringscriteria[2]. Anderzijds weet de signaleringsbevoegde soms niet zo goed hoe je de jeugdige en/ of ouder moet informeren over het af te geven signaal. Men aarzelt vanwege mogelijke weerstand of het schaden van de vertrouwensrelatie. Dit heeft niet puur met de Verwijsindex te maken, maar komt ook sterk naar voren bij de toepassing van de Meldcode. Hoogste tijd om aan de slag te gaan met de aanpak van handelingsverlegenheid. Niet alleen met beleid en workshops, maar vooral ook middels directe ondersteuning in de praktijk.

In de ‘Kamerbrief over de voortgang van de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties (GIA)’[3] geeft staatssecretaris Van Rijn aan, dat artsen weerstand hebben en aarzelen de Meldcode toe te passen (pag. 8). Men loopt voor het gevoel op eieren om de vertrouwensrelatie met de ouders niet te schaden op het moment dat er een vermoeden is van kindermishandeling. Er is behoefte aan training in gespreksvaardigheden. Daarnaast is er ook in bredere zin bij zorgprofessionals handelingsverlegenheid geconstateerd, vanwege onbekendheid met wet- en regelgeving, vrees voor tuchtrechtelijke maatregelen en nogmaals de angst om de vertrouwensrelatie met de cliënt op het spel te zetten (pag. 13). Kortom, hoewel de Verwijsindex (tijdig verbinden van betrokken professionals) en de Meldcode (stoppen kindermishandeling/ huiselijk geweld) een ander doel dienen, zijn de redenen van laatsignalering of zelfs niet-gebruik gelijk. Ik vermoed dat, ongeacht het instrument of initiatief rondom samenwerking met ‘derden’, hulp- en dienstverleners (wellicht zelfs overwegend) primair gericht zijn op het uitvoeren van de eigen werkzaamheden. Men is er veelal wel van overtuigd dat samenwerking noodzakelijk is, maar het is een éxtra taak, bovenop de caseload. En als je in aanvulling daarop eigenlijk nog niet goed weet hoe je de beoogde samenwerking voldoende tijdig in de praktijk bespreekbaar kan maken, wanneer voel je dan de ruimte om hier (nieuwe) ervaringen in op te doen?

C’est le ton qui fait la musique

Persoonlijk, en ook vanuit m’n ervaring als maatschappelijk werker, ben ik ervan overtuigd dat het nodig is aandacht te hebben voor de professionele attitude op het concept van multidisciplinaire samenwerking. En in aanvulling op de attitude is het vooral ook de toon die de muziek maakt. Creëer niet je eigen weerstand door bijvoorbeeld de Verwijsindex als ‘stok’ te gebruiken. Richt je op het doel en nut van de Verwijsindex en maak gebruik van laagdrempelige terminologie. Ik kan het me niet voorstellen dat er jeugdigen/ ouders zijn, die het niet goed vinden dat de reeds betrokken organisaties van elkaar weten dát ze betrokken zijn. Anders gezegd, welke ouder heeft er baat bij dat de reeds betrokken professionals niet met elkaar samenwerken? Het is toch juist goed dat een ieder dezelfde kant op kijkt en niet langs elkaar heen werkt? Tegelijkertijd is het, met het oog op de privacy, na het ontstaan van een match natuurlijk niet de bedoeling dat de professionals de volledige dossiers onderling uitwisselen (sowieso verloopt de wijze waarop men de samenwerking aangaat en de samenwerkingsinformatie vastlegt volledig buiten de scope van de Verwijsindex).

Verlies van behandel-/ vertrouwensrelatie

Is de weerstand op het informeren over het afgegeven signaal vanwege een mogelijk verlies van vertrouwensrelatie terecht? In de evaluatie is te lezen dat in de periode 2012 – 2014 er totaal 44 bezwaren gehonoreerd zijn, waarna het signaal is verwijderd. Op het totaal van ongeveer 200.000 signalen per jaar, is dat slechts 0,02%. Daarnaast zijn er sinds 2010 twee rechtszaken geweest. In beide gevallen is de overheid in het gelijk gesteld en was er geen noodzaak de signalen te verwijderen.

Af en toe hoor ik in de wandelgangen verhalen gaan over ouders, die besloten hebben het kind aan te melden bij een andere school of zelfs naar een ander deel van het land zijn verhuisd zodra de school enkele feiten van zorg voorlegde aan de ouders. Er zijn ouders die direct in de weerstand schieten en het gesprek ervaren als een brevet van onvermogen. Hoe je hier als professional het beste mee om kan gaan vraagt enige tact, ervaring en kundigheid in gesprekstechnieken. Met elkaar hierover van gedachten wisselen (intervisie) en periodieke deskundigheidsbevordering wordt ook in de evaluatie geadviseerd (pag. 41, DSP rapport feb. 2015).

Handelingsverlegenheid is per definitie in het nadeel van de jeugdige/ het gezin en moét doorbroken worden!

Ruben van den Bosch

Senior consultant Centrum Publieke Innovatie
Relatiemanager MULTIsignaal

 

1 Download hier de evaluatie: http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2015/06/15/evaluatie-verwijsindex-risicojongeren.html zoals gezien op dd. 23 juli 2015
2 Zie Handreiking Meldcriteria: https://www.multisignaal.nl/downloads
3 Zie: http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2015/06/15/kamerbrief-over-voortgang-van-de-aanpak-van-geweld-in-afhankelijkheidsrelaties-gia.html zoals gezien op dd. 23 juli 2015